Deze website maakt gebruik van Google Adsense - zie onze Privacyverklaring

Technologie & Milieu : 03 Februari 2004 EVA2 resultaten bekend: hoe verder op de Waddenzee?

In januari 2004 werden de resultaten van het EVA2-onderzoek door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) bekend gemaakt. EVA2 staat voor de tweede fase van de evaluatie van het schelpdiervisserijbeleid in Nederland. Door de vele betrokken maatschappelijke organisaties werd met name uitgezien naar de effecten van de kokkel- en mosselvisserij in de Waddenzee en de resultaten van het onderzoek m.b.t. de effectiviteit van de maatregelen die het ecosysteem in de Waddenzee moeten beschermen (o.a. voor de visserij open en gesloten gebieden en voedselreservering voor schelpdieretende vogels). EVA2 moet de basis vormen voor het beleid t.a.v. de schelpdiervisserij in de toekomst.

Het onderzoek heeft o.a. tot de volgende resultaten geleid:

Kokkelvisserij leidt tot lagere aantallen kokkels in open gebieden en (hoewel niet altijd en overal) tot lagere aantallen organismen van o.a. nonnetjes. Ook leidt kokkelvisserij direct na visserij tot lagere slibgehaltes. Op langere termijn herstellen volgens EVA2 de slibconcentraties tot normale waarden. Onderzoek van anderen spreekt dit tegen.

De politiek van voor schelpdiervisserij gesloten gebieden is succesvol gebleken: meer kokkelbiomassa, meer kokkelbroed , meer mosselbanken, meer zeegras, betere conditie vogels (scholeksters).

De voedselreservering is in het huidig beleid volstrekt onvoldoende. Voor scholeksters is een 3x hogere hoeveelheid noodzakelijk (200 kg kokkelvlees per scholekster per jaar. Bij de gewenste en eerder aanwezige 260.000 vogels is dat 52 miljoen kilo kokkelvlees per jaar). Daarnaast werd in het verleden de beschikbare hoeveelheid gemiddeld 38% te hoog ingeschat. Wanneer er mosselen beschikbaar zijn, daalt de hoeveelheid benodigde kokkels. Bij 4000 ha mosselbanken is echter nog altijd 30 miljoen kilo kokkels nodig. Over andere vogelsoorten zoals de kanoetstrandloper rept EVA2 niet.

Volgens een door de EVA2-onderzoekers omarmd model dat gebaseerd is op gemeten afname van fosfaat en nitraatconcentraties in het zeewater in de westelijke Waddenzee neemt de maximaal mogelijke hoeveelheid schelpdieren (de 'draagkracht') af. De geldigheid van dit model wordt door sommige deskundigen in twijfel getrokken. Volgens EVA2 wordt een deel van de vermindering van nutriŽnten gecompenseerd door meer mosselbanken (door de afbraak van organische stof en daardoor snelle terugkeer van nutriŽnten in zee).

Waartoe leiden deze resultaten t.a.v. de kokkelvisserij in de toekomst? Wanneer de Waddenzee conform het huidige overheidsbeleid primair als natuurgebied wordt beheerd en de uit EVA2 voortkomende voedselreservering maatgevend is voor het beleid (een beleid dat samen met gesloten gebieden gezorgd heeft voor beperking van de ecologische schade), dan is er voor kokkelvisserij geen economische basis meer. Conclusie: stoppen is onvermijdelijk. De voorspellingen van veranderingen in het klimaat met minder strenge winters (en navenant minder broedval van kokkels) versterken dit beeld nog eens extra.

Ook t.a.v. de mosselvisserij levert het EVA2-onderzoek bouwstenen voor het beleid in de toekomst. Mosselvissers concurreren met o.a. eidereenden om de aanwezige mossels. Bevissing van sublittorale mosselen (mosselen in de geulen) leidt volgens EVA2 tot een lagere dichtheid aan mosselen in het volgende jaar. Mosselkweek leidt tot ca. 15% meer mosselen in sublittoraal van de Waddenzee. Volgens EVA2 is niet veel te zeggen over het uiteindelijke effect op de vogels. Duidelijk is wel dat de massale eidereendsterfte in de afgelopen jaren primair veroorzaakt is door een gebrek aan voedsel, dus een gebrek aan voldoende mosselen. Men kan nu redeneren dat mosselkweek een onnatuurlijke activiteit is in een natuurlijk systeem. Bij twijfel over effecten zou het voorzorgprincipe moeten gelden en uitgekeken moeten worden naar alternatieve methoden om mosselzaad te verzamelen en verder op te kweken.

Tenslotte wordt niet veel gezegd over de oprukkende Japanse oester, wel is duidelijk dat deze exoot een toenemend gevaar vormt voor de andere schelpdieren. Experimentele bevissing van Japanse oesters is in onze ogen daarom zeer gewenst om in de praktijk te bestuderen of de negatieve invloed van deze exoot bestreden kan worden.

Jan Kuiper, directeur EcoMare, januari 2004 (Bron: EcoMare)

Nieuws

NoordTopics

Gesponsorde koppelingen

WandelNetwerk Noord-Holland
Ook bij jou om de hoek hebben we de leukste routes geselecteerd, door mooie landschappen, lintdorpen en natuurgebieden, over boerenlandpaden, eeuwenoude dijken en langs historische locaties. En nog mooier: jaarlijks worden er nieuwe routes toegevoegd. Zo biedt Wandelnetwerk in Noord-Holland steeds meer mogelijkheden voor een gezonde, sportieve en interessante wandeling in het prachtige Noord-Holland! wandelnetwerknoordholland.nl

Noord-Hollandpad
Het Noord-Hollandpad is een langeafstandswandelpad langs water, duinen, schapen, bloembollen, historische dorpen, molens, gemalen, boerenlandpaden, dijken, slootjes, trekpontjes en heide. Eigenlijk alles wat Nederland zo bijzonder maakt. De hoofdroute is 284 km lang en verdeeld in 16 etappes variŽrend van 10 tot 25 km. noordhollandpad.nl

Natuurwegwijzer
dť site voor buiten-activiteiten in de provincie Noord-Holland, ontdek met de mooiste fiets- of wandelroutes, excursies, speelplekken en natuur-gebieden www.natuurwegwijzer.nl